Les 3: Koreaanse Werkwoorden/Bijvoeglijk naamwoorden

Deze les is ook beschikbaar in Español, Русский, Français, 中文 en Português

 

 

Woordenschat

De woordenschat van onze lessen wordt, voor het gemak, verdeeld in zelfstandig naamwoorden, werkwoorden, bijvoeglijk naamwoorden en bijwoorden.

Een PDF van alle woorden met extra informatie is hier (Engels).

Wil je nog extra oefenen met de woorden herkennen? Probeer ze dan te vinden in een Woordzoeker.

(TN: “Conjugate” staat voor vervoegen)

Zelfstandig naamwoorden:
음식 = eten
케이크 = cake
공항 = luchthaven
병원 = ziekenhuis
공원 = park
한국어 = Koreaans (taal
머리 = hoofd
다리 = been
손가락 = vinger
= oor
= arm
= oog
= mond, lippen
= buik, maag
버스 = bus
= boot
우리 = ons/wij

Werkwoorden
먹다 = eten
가다 = gaan
만나다 = ontmoeten
닫다 = dichtdoen
열다 = openen
원하다 = willen (een object)
만들다 = maken
하다 = doen
말하다 = spreken
이해하다 = begrijpen
좋아하다 = leuk vinden

Bijvoeglijk naamwoorden:
크다 = groot zijn
작다 = klein zijn
새롭다 = nieuw zijn
낡다 = oud zijn (niet qua leeftijd)
비싸다 = duur zijn
싸다 = niet duur zijn, goedkoop zijn
아름답다 = mooi zijn
뚱뚱하다 = dik zijn, mollig zijn
길다 = lang zijn
좋다 = goed zijn

Bijwoorden:
아주 = heel/erg
매우 = heel/erg
너무 = te(veel) (vaak gebruikt om “heel/erg” te zeggen)

Als je Engels goed is, kun je deze woorden leren met onze Memrise tool.

 

 

Een paar Opmerkingen over Koreaanse Werkwoorden en Bijvoeglijk Naamwoorden

Nu is het tijd om serieus te worden. We gaan nu dingen leren die je bij elke werkwoord en elke bijvoeglijk naamwoord kunt gebruiken. Allereerst zijn hier een paar dingen die je moet weten over Koreaanse werkwoorden en bijvoeglijk naamwoorden:

  1. Ik heb dit al eerder verteld (twee keer), maar ik ik zeg het nog een keer: Elke Koreaanse zin moet eindigen op een werkwoord of een bijvoeglijk naamwoord (hier horen 이다 en 있다 ook bij). Dit is heel belangrijk en moet je absoluut niet vergeten!
  2. Je moeten weten (het duurde mij maanden om dit door te hebben) dat elke Koreaanse werkwoord en bijvoeglijk naamwoord op blok ‘다’ eindigt. Dit is altijd zo, kijk maar naar de woordenschat lijst van deze les als je me niet gelooft.
  3. Als toevoeging aan ‘다’, zie je ook dat veel werkwoorden en bijvoeglijk naamwoorden eindigen op ‘하다’. ‘하다’ betekent ‘doen’. Werkwoorden die hierop eindigen zijn fantastisch, omdat je gewoon de ‘하다’ weg kan halen en dan een zelfstandig naamwoord van die betekenis naamwoord krijgt.
  4. Snap je dit niet? Dat begrijp ik, ikzelf wist niet eens dat je dit kon doen na 3 maanden dat ik Koreaans begon te leren. Maar dit is wel iets wat essentieel is om de taal te leren. In het Nederlands hebben de meesten niet door dat je een werkwoord/bijvoeglijk naamwoord EN tegelijkertijd daar ook een zelfstandig naamwoord voor kan hebben, daarom kan dit voor sommige verwarrend zijn.

Bijvoorbeeld:
행복하다 = blij zijn
행복 = blijheid

성공하다 = succesvol zijn
성공 = succes

말하다 = spreken
말 = spraak/woorden

성취하다 = een prestatie behalen
성취 = een behaalde prestatie

취득하다 = verkrijgen
취득 = verkrijging

Deze woorden hoef je nu nog niet te leren (ze zijn erg moeilijk), het is alleen belangrijk dat je ziet dat ‘하다’ kan worden weggehaald om zelfstandig naamwoorden te maken.

Werkwoorden/bijvoeglijk naamwoorden die eindigen op “~하다” zijn van Chinese oorsprong en hebben ook een bijbehorende Hanja (한자) vorm. Werkwoorden die niet eindigen op “~하다” zijn van Koreaanse oorsprong en hebben geen Hanja alternatief. Als je Chinees kan spreken, heb je waarschijnlijk een voorsprong op de moeilijke Koreaanse woorden, omdat deze vaak een Chinese oorsprong hebben.

 

 

Koreaans Werkwoorden

We hebben het al wel gehad over werkwoorden, maar er is nog niks uitgebreid behandeld. Je hebt de basis van een zinsstructuur met een werkwoord in Les 1 geleerd. Laten we daar nog eens naar kijken. Als je bijvoorbeeld “Ik eet eten” wilt zeggen, moet je weten hoe je partikelen 는/은 en 를/을 moet gebruiken:

Ik eet eten
Ik은 eten을 eet

Laten we de Nederlandse met de Koreaanse woorden vervangen:

저는 + 음식을 + 먹다
저는 음식을 먹다 = Ik eet eten

*Opmerking – Hoewel de zinsstructuur die je in deze les ziet perfect is, zijn de werkwoorden niet vervoegd, en daarom, niet foutloos. Je zal dit in Les 5 en 6 leren. Voordat je hierover leert, moet je heel goed weten hoe je de zinsvolgorde in elkaar zit. Echter, door een paar aparte grammaticaregels zijn zinnen die gegrond zijn door “Bijwoorden” wel technisch perfect, maar ze worden gepresenteerd in een ongebruikelijke (en hele makkelijke) vervoeging.

In de vorige lessen hebben we alleen audio opnames erbij gezet voor zinnen die wel grammatisch correct zijn. Incorrecte zinnen (doordat ze niet zijn vervoegd) hebben die niet. Nogmaals, je zal vervoegingen pas leren in Les 5 en Les 6. Probeer voor nu alleen te begrijpen hoe de zinsvolgorde van zinnen met werkwoorden/bijvoeglijk naamwoorden in elkaar zit.

Net zoals de laatste lessen staan de goede vervoegingen onder de niet-vervoegde zinnen. Gebruik dit nu alleen voor referentie.

Laten we naar de voorbeelden kijken:

나는 케이크를 만들다 = Ik maak een cake
(나는 케이크를 만들어 / 저는 케이크를 만들어요)

나는 배를 원하다 = Ik wil een boot
(나는 배를 원해 / 저는 배를 원해요)

나는 한국어를 말하다 = Ik spreek Koreaans
(나는 한국어를 말해 / 저는 한국어를 말해요)

나는 공원에 가다 = Ik ga naar het park (kijk naar partikel 에)
(나는 공원에 가 / 저는 공원에 가요)

나는 문을 닫다 = Ik doe de deur dicht
나는 문을 닫아 / 저는 문을 닫아요)

나는 창문을 열다 = Ik doe het raam open
(나는 창문을 열어 / 저는 창문을 열어요)

Onthoud dat zinnen met werkwoorden, afhankelijk van de context niet per se een lijdend voorwerp hoeven te hebben:

나는 이해하다 = Ik begrijp het
(나는 이해해 / 저는 이해해요)

Sommige werkwoorden kunnen standaard niet over een lijdend voorwerp gaan, bijvoorbeeld slaap, ga, doodgaan, etc. Je kunt dus niet zeggen “Ik sliep werk”, of “Ik ging restaurant” of “Ik doodgaan haar”. Je kunt deze zinnen alleen grammatisch correct maken met behulp van andere partikelen – bijvoorbeeld (~에) en nog een paar andere die je later zal leren. Hiermee kun je dingen zeggen zoals:

Ik sliep op het werk
Ik ging naar het restaurant
Ik ging dood met haar

Later zullen we over nog ingewikkeldere partikelen leren, maar ik wil dat je je hier alleen focust op de bedoeling van ~를/을 en zijn functie als het lijdend voorwerp partikel.

 

 

 

Koreaanse Bijvoeglijk Naamwoorden

Koreaanse bijvoeglijk naamwoorden staan net zoals Koreaanse werkwoorden aan het einde van een zin. Het grootste verschil tussen de twee is dat een bijvoeglijk naamwoord nooit over een lijdend voorwerp kan gaan, kijk maar naar de onderstaande zinnen.

Bijvoeglijk naamwoorden zijn makkelijk om te gebruiken; je hoeft ze alleen maar samen met een onderwerp in een zin te stoppen.

Door de aparte Koreaanse grammaticaregels, zijn de onderstaande, onvervoegde zinnen eigenlijk grammatisch correct. Daarom hebben we ook audio opnames voor deze zinnen gemaakt en niet voor de vervoegde versies (alle zinnen zijn wel echter correct).

나는 아름답다 = Ik ben mooi
(나는 아름다워 / 저는 아름다워요)

나는 작다 = Ik ben klein
(나는 작아 / 저는 작아요)

이 버스는 크다 = Deze bus is groot
(이 버스는 커 / 이 버스는 커요)

그 병원은 새롭다 = Dat ziekenhuis is nieuw
(그 병원은 새로워 / 그 병원은 새로워요)

이 공원은 매우 작다 = Dit park is erg klein
(이 공원은 매우 작아 / 이 공원은 매우 작아요)

그 사람은 뚱뚱하다 = Die persoon is dik
(그 사람은 뚱뚱해 / 그 사람은 뚱뚱해요)

Er is één verwarrend ding als je Koreaanse zinnen met bijvoeglijk naamwoorden naar het Nederlands vertaald; in alle bovenstaande zinnen zijn de woorden “ben/is/zijn/etc…” gebruikt. In het Nederlands is dit noodzakelijk om het onderwerp te omschrijven:

Ik ben dik
Hij is dik
Zij zijn dik

De Koreaanse vertaling van “ben/is/zijn” is “이다”. Maar als je dit soort zinnen in het Koreaans schrijft, gebruikt je geen “이다”. “Ben/is/zijn” zit al in een Koreaans bijvoeglijk naamwoord. Beginners vinden dit altijd verwarrend, maar die verwardheid laat juist zien dat het gewoon anders wordt gedaan in het Koreaans. Dus, laat van nu af aan je kennis van Nederlandse grammatica los – het zal je alleen maar terughouden.





 

의 Bezittelijk Partikel

Opmerking: De uitspraak van “”  kan veranderen afhankelijk in hoe en waar het wordt gebruikt. Kijk anders even naar de sectie hoe je moet uitspreken in de Uitspraak Handleiding (Engels).

Je weet al dat 저/나 ‘ik’ betekent en je weet ook de vertaling van een paar lijdend voorwerpen in het Koreaans.

“의” is een partikel dat de eigenaar/bezitter van een ander lijdend voorwerp aangeeft. Het heeft (in de meeste voorbeelden) dezelfde rol als “s” in het Nederlands (Bijvoorbeeld: moeders boek, Jantjes telefoon, etc). Bijvoorbeeld:

저 = Ik
책 = boek
저의 책 = mijn boek

저의 차 = Mijn auto
그 사람의 차 = Die persoons auto
의사의 탁자 = De dokters auto
선생님의 차 = De leraars auto
저의 손가락 = Mijn vinger

Je kan deze woorden gebruiken in zinnen die je al kent (met werkwoorden en bijvoeglijk naamwoorden):
선생님의 차는 크다 = De leraars auto is groot
(선생님의 차는 커 / 선생님의 차는 커요)

나는 선생님의 차를 원하다 = Ik wil de leraars auto
(나는 선생님의 차를 원해 / 저는 선생님의 차를 원해요)

나의 손가락은 길다 = Mijn vinger is lang
(나의 손가락은 길어 / 저의 손가락은 길어요)

그 여자의 눈은 아름답다 = Die vrouw haar ogen zijn mooi
(그 여자의 눈은 아름다워 / 그 여자의 눈은 아름다워요)

Je zult zinnen tegenkomen waarin woorden zoals “mijn/onze/hun/zijn/haar” in weggehaald zijn. In je proces van Koreaans leren, zal je leren dat Koreaanse mensen heel graag hun zinnen inkorten als dat mogelijk is. Als er iets kan worden aangenomen in de context, worden woorden vaak weggelaten om ze nog simpeler te maken. Bijvoorbeeld:

나는 나의 친구를 만나다 = Ik ontmoet mijn vriend
(나는 나의 친구를 만나 / 저는 저의 친구를 만나요)

Kan zo worden geschreven:

나는 친구를 만나다 = Ik ontmoet (mijn) vriend
(나는 친구를 만나 / 저는 친구를 만나요)

In dit geval (en vele meer) bedoel je overduidelijk “jouw” vriend, dus kan het woord “mijn” worden weggelaten in de zin.

Probeer zinnen niet letterlijk te vertalen, maar probeer in plaats daarvan zinnen te vertalen gebaseerd op de context (zoals je hierboven ziet).

 

 

 

좋다 en 좋아하다

Het woordje 좋다 is een bijvoeglijk naamwoord dat “goed” betekent. Je gebruikt het gewoon als elk ander bijvoeglijk naamwoord:

이 음식은 좋다 = Dit eten is goed
(이 음식은 좋아 / 이 음식은 좋아요)

그 선생님은 좋다 = Die leraar is goed
(그 선생님은 좋아 / 그 선생님은 좋아요)

이 학교는 좋다 = Deze school is goed
(이 학교는 좋아 / 이 학교는 좋아요)

Dan heb je nog het werkwoord 좋아하다, wat “leuk vinden” betekent. Je gebruikt het als elk ander werkwoord:

나는 이 음식을 좋아하다 = Ik vind dit eten leuk (Dit is niet echt een Nederlandse zin, als je het op context zou vertalen zou je eerder zeggen: “Ik vind dit eten lekker”)
(나는 이 음식을 좋아해 / 저는 이 음식을 좋아해요)

나는 그 선생님을 좋아하다 = Ik vind die leraar leuk
(나는 그 선생님을 좋아해 / 저는 그 선생님을 좋아해요)

Het woordje 좋아하다 wordt gevormd door de ‘다’ van 좋다 af te knippen en daar 아 + 하다 aan toe te voegen. Er is een reden waarom het op deze manier wordt gedaan er is zelfs een verklaring voor – maar die hoe je nu nog lekker niet te weten. Voorlopig moet je alleen goed begrijpen dat:

좋다 is een bijvoeglijk naamwoord die niet over een lijdend voorwerp kan gaan
좋아하다 is een werkwoord die wel een over lijdend voorwerp kan gaan

 

 

 

Wij, Ons en Onze (우리)

In het laatste gedeelte van deze les zou ik je graag aan nieuw woord willen voorstellen: “우리”. In de woordenschat lijst zie je dat dit vertaalt naar “ons” of “wij”. In het Nederlands, ook al is het technisch gezien hetzelfde woord, hangt het gebruik van “ons” of “wij” af van waar het plaatsvindt in de zin. Net zoals bij “ik” en “me”, gebruik je “we” als het woord het onderwerp van de zin is. Bijvoorbeeld:

Ik vind je leuk
Wij vinden je leuk

Maar als het woord het lijdend voorwerp van de zin is, gebruik je “ons” in plaats van “wij”. Bijvoorbeeld:

Hij vindt me leuk
Hij vindt ons leuk

In het Koreaans wordt dit onderscheid niet gemaakt en gebruiken ze “우리” in beide situaties. Bijvoorbeeld:

우리는 너를 좋아하다 = Wij vinden je leuk
(우리는 너를 좋아해)

Ik heb expres geen formele versie van de vervoegde zinnen gebruikt, omdat het meestal best ongemakkelijk is om “jij” op een formele manier in het Koreaans te zeggen. Hier zullen we in een toekomstige les op terugkomen.

선생님은 우리를 좋아하다 = De leraar vindt ons leuk
(선생님은 우리를 좋아해 / 선생님은 우리를 좋아해요)

Ten slotte gaan we nog even kijken naar de bezittelijke vorm van “우리”: Als je de bezittende partikel “의” achter “우리” plaatst, krijg je de betekenis van “onze”. Dit kan gedaan worden, maar het komt eigenlijk vaker voor dat dit partikel wordt weggehaald bij “우리”. In feite, het partikel “의” wordt ook vaak weggelaten bij andere woorden naast “우리”. Maar ik raad je niet aan om dit te doen voordat je wat beter bent in Koreaans. Voorlopig wil ik dat je dit alleen doet bij “우리”, en voor alle andere woorden gewoon het bezittelijk partikel gebruikt. Bijvoorbeeld:

(TN: In het Nederlands heb je twee woorden voor de bezittelijke vorm van “wij”: “ons” en “onze”. Dit hangt weer puur van de context af en welk woord je gebruikt. Maak je geen zorgen over welke vertaald naar welke, het is alleen belangrijk dat je weet dat het hier om een bezittelijke vorm, lijdende vorm of onderwerpsvorm van “wij” gaan. Zoals ik al eerder zei: Vertaal een Koreaanse zin nooit letterlijk naar het Nederlands, maar vertaal het op basis van de context!)

우리 선생님은 남자이다 = Onze leraar is een man
(우리 선생님은 남자야 | 우리 선생님은 남자예요)

우리 집은 크다 = Ons huis is groot
(우리 집은 커 | 우리 집은 커요)

Een formele versie van “우리” is “저희”. Echter, zelfs in formele situaties is het acceptabel om “우리” te gebruiken. Daarnaast ben je nu nog niet eens begonnen met leren over verschillende lagen van formaliteit, dus ik wil niet dat je je teveel zorgen maakt over dit woord.

Oke, ik snap het! Neem me mee naar de volgende les! Of,

Klik hier voor een werkboek voor de deze les.

Er zijn 1250 voorbeeldzinnen in Hoofdstuk 1 en allemaal zijn ze gelinkt aan een audiobestand. Je kunt al deze bestanden in 1 document hier downloaden.