Les 2: Koreaanse Partikelen 이/가

Deze les is ook beschikbaar in Español, Русский, 中文, Português en Français

 

 

Woordenschat

De woordenschat van onze lessen wordt, voor het gemak, verdeeld in zelfstandig naamwoorden, werkwoorden, bijvoeglijk naamwoorden en bijwoorden.

Een PDF van alle woorden met extra informatie is hier (Engels).

Wil je nog extra oefenen met de woorden herkennen? Probeer ze dan te vinden in een Woordzoeker.

Zelfstandig naamwoorden:
나라 = land
가방 = tas/rugzak
창문 = raam
잡지 = magazine
= kamer
냉장고 = koelkast
= hond
강아지 = puppy
고양이 = kat
= rat, muis
= pen
전화기 = telefoon
커피 = koffie
식당 = restaurant
건물 = gebouw
텔레비전 = televisie
미국 = Verenigde Staten
캐나다 = Canada
호텔 = hotel
학교 = school
은행 = bank

Bijwoorden:
= binnen
= boven
= onder
= naast
= achter
= voor
여기 = hier

Werkwoorden:
있다 = op een locatie zijn

Bijvoeglijk voornaamwoorden:
있다 = iets hebben

Als je Engels goed is, kun je deze woorden leren met onze Memrise tool.

 

 

 

Introductie

In les 1 heb je geleerd over een paar simpele Koreaanse partikelen. Laten we dat even kort herhalen:

~는 of ~은 worden gebruikt om het onderwerp (of de hoofdpersoon/ding) aan te wijzen.
~를 of ~을 worden gebruikt om het lijdend voorwerp aan te wijzen.

Bijvoorbeeld, in de zin “Ik at een hamburger” is

“Ik” het onderwerp
“hamburger” het lijdend voorwerp en
“eten” (hier vervoegd naar “at”) het werkwoord

In deze les ga je leren over de partikelen ~이/가 en vooral hoe dat te vergelijken met ~는/은. In alle situaties wordt ~이 gebruikt voor de zelfstandig naamwoorden waar de laatste letter een medeklinker is (zoals ~은) en ~가 voor als de laatste letter een klinker is (zoals ~는). Bijvoorbeeld:

책 eindigt op een medeklinker (ㄱ), dus wordt “~이” toegevoegd: “책이.”
소파 eindigt op een klinker (ㅏ), dus wordt “~가” toegevoegd: “소파가.”

Maar in wat soort situaties gebruiken we ~이/가? Voordat we daar op komen wil ik je eerst graag leren over het woordje “있다”. Laten we beginnen.

 

 

 

있다: Hebben

Het woordje “있다” heeft meerdere betekenissen. Voor beginners gaan we deze betekenissen even vereenvoudigen naar twee vormen:

있다 = hebben
있다 = op een locatie zijn

Laten we beginnen met de eerste vorm, “hebben”. In het Nederlands is “hebben” een werkwoord dat kan gaan over een lijdend voorwerp. Bijvoorbeeld:

Ik heb een pen
Ik heb een auto

De vorm van 있다 in het Koreaans is een bijvoeglijk naamwoord. Voor beginners is het moeilijk om dit te blijven onthouden. Voor nu is dit belangrijk voor één reden:

In les 1 heb je geleerd dat zinnen met bijvoeglijk naamwoorden niet kunnen gaan over een lijdend voorwerp. Daarom kan je geen woord met het partikel ~을/를 hebben als de zin gegrond wordt door een bijvoeglijk naamwoord (omdat ~을/를 aanduidt dat er een lijdend voorwerp in de zin is).

Als dit niet het geval was, zou je dit kunnen doen:

Ik heb een pen

Ik은 pen을 있다
나는 + 펜을 + 있다
나는 펜을 있다 = Ik heb een pen

De bovenstaande zin is incorrect. 있다 is een bijvoeglijk naamwoord en kan niet op zo’n manier over een lijdend voorwerp gaan. Daarom is het gebruik van 을 op “펜” incorrect. Wat moet je dan wel doen? Nou, we plakken ~이/가 aan het lijdend voorwerp in plaats van ~을/를 in zinnen met 있다. Dit is één van de manieren waar partikel ~이/가 wordt gebruikt, en dat is om het ding aan te geven dat een persoon “heeft” in zinnen met “있다”. Kijk maar naar de volgende voorbeeldzinnen:

나는 펜이 있다 = Ik heb een pen
(나는 펜이 있어 / 저는 펜이 있어요)

나는 차가 있다 = Ik heb een auto
(나는 차가 있어 / 저는 차가 있어요)

나는 잡지가 있다 = Ik heb een magazine
(나는 잡지가 있어 / 저는 잡지가 있어요)

나는 가방이 있다 = Ik heb een magazine
(나는 가방이 있어 / 저는 가방이 있어요)

Nogmaals, onthoud dat ~을/를 niet wordt gebruikt om het lijdend voorwerp aan te geven dat een persoon heeft, daar wordt ~이/가  in die plaats voor gebruikt.

Onthoud dat de gegeven voorbeeldzinnen in lessen 1 t/m 4 niet zijn vervoegd. Hoewel eronder één of twee wel vervoegde vormen zijn gegeven, is de grammatica nu nog te moeilijk om te begrijpen. Focus voor nu dan ook op wat wordt gegeven in lessen 1 t/m 4 en maak je geen zorgen om de vervoegingen en de beleefdheid van een zin.

 

 

 

있다: Op een locatie zijn

De tweede manier hoe 있다 kan worden gebruikt is om aan te geven dat iets of iemand “op een locatie is”. In les 1 heb je geleerd over het partikel ~에 en je weet dat dit wordt gebruikt om de plek en/of tijd aan te geven in een zin. Daarom wordt ~에 vaak gebruikt in zinnen met “있다” om de locatie van iets/iemand aan te geven.

Bijvoorbeeld: Ik ben op school

Als we deze zin in de Koreaanse structuur zouden schrijven plus de partikelen, zouden we het zo schrijven:

Ik은 school에 ben op
나는 + 학교에 + 있다

Momenteel is dit nog irrelevant voor jou, maar als 있다 zo wordt gebruikt, wordt het opnieuw gezien als een bijvoeglijk naamwoord. Dit is verwarrend, maar probeer het nu te negeren. Ik zal dit verder bespreken in les 5 als ik het over de vervoegingen van 있다 ga hebben.

나는 학교에 있다 = Ik ben op school
(나는 학교에 있어 / 저는 학교에 있어요)

of,

나는 캐나다에 있다 = Ik ben in Canada
(나는 캐나다에 있어 / 저는 캐나다에 있어요)

Kijk naar de zinnen hieronder en kijk goed hoe er een groot verschil is tussen de betekenis van een zin. Dit komt puur door de verschillende partikelen die worden gebruikt. Omdat 있다 twee verschillende betekenissen heeft, kunnen de partikelen een drastisch verschil maken in de betekenis, het verschil ligt dus in de partikelen. Bijvoorbeeld:

나는 학교 있다 = Ik heb een school – dit zou kunnen, maar in de meeste gevallen zou je zeggen:
나는 학교 있다 = Ik ben op school

나는 잡지가 있다 = Ik heb een magazine
나는 잡지에 있다 = Ik ben bij de magazine (dit zou niet kunnen)

We kunnen ook de onderstaande woorden gebruiken om de positie van iets/iemand aan te geven van een ander zelfstandig naamwoord. De meest gebruikte positie woorden zijn:

안 = binnen
위 = boven
밑 = onder
옆 = naast
뒤 = achter
앞 = voor

(TN: In het Nederlands zijn deze positie woorden iets ingewikkelder. Dit hangt nogmaals af van de Nederlandse context. Dus afhankelijk hoe de zin in elkaar zit, zou ik bijvoorbeeld “binnen”, “binnenin” of “in” moeten gebruiken. Maak je totaal geen zorgen om deze verschillende Nederlandse versies, omdat ze in het Koreaans (en Engels) maar één vorm hebben. Het gaat er alleen om dat je de betekenis achter het Koreaanse woord weet van deze positie woorden. Zorg ervoor dat je dat kent!)

Deze woorden worden achter het zelfstandig naamwoord geplaatst om aan te geven waar een lijdend voorwerp is t.o.v. dat zelfstandig naamwoord. Het partikel “~에” wordt dan direct achter de positie woorden geplaatst. Bijvoorbeeld:

학교 앞에 = voor de school
사람 뒤에 = achter de persoon
집 옆에 = naast het huis
저 건물 뒤에 = achter dat gebouw

Deze constructies kunnen nu gebruikt worden als de locatie van een zin:

나는 학교에 있다 = Ik ben op school

나는 학교 앞에 있다 = Ik ben voor de school
(나는 학교 앞에 있어 / 저는 학교 앞에 있어요)

Laten we een paar zinnen maken:
나는 학교 뒤에 있다 = Ik ben achter de school
(나는 학교 뒤에 있어 / 저는 학교 뒤에 있어요)

나는 학교 옆에 있다 = Ik ben naast de school
(나는 학교 옆에 있어 / 저는 학교 옆에 있어요)

나는 은행 안에 있다 = Ik ben in de bank
(나는 은행 안에 있어 / 저는 은행 안에 있어요)

개는 집 안에 있다 = De hond is in het huis
(개는 집 안에 있어 / 개는 집 안에 있어요)

고양이는 의자 밑에 있다 = De kat is onder de stoel
(고양이는 의자 밑에 있어 / 고양이는 의자 밑에 있어요)

식당은 은행 옆에 있다 = Het restaurant is naast de bank
(식당은 은행 옆에 있어 / 식당은 은행 옆에 있어요)

호텔은 학교 옆에 있다 = Het hotel is naast de school
(호텔은 학교 옆에 있어 / 호텔은 학교 옆에 있어요)

Je hebt geleerd dat ~이/가 achter zelfstandig naamwoorden kan worden geplakt om het lijdend voorwerp aan te geven dat een persoon “heeft” én ook kan worden gebruikt om het onderwerp van een zin aan te geven, vergelijkbaar met ~는/은. Wat is het verschil? Hier zullen we naar kijken in het volgende gedeelte.

 

~/ als een Onderwerp Markeerder

Één van de moeilijkste dingen voor beginners om te leren is het begrijpen van het verschil tussen de partikelen ~는/은 en ~이/가. Eerder in deze les heb je geleerd dat je ~이/가 voor een lijdend voorwerp moet gebruiken dat een persoon “heeft” als je “있다” gebruikt.

Als toevoeging hieraan, zijn er meerdere functies van ~이/가 die je moet weten:

In les 1 heb je geleerd dat je ~는/은 achter het onderwerp van de zin moet plakken. Laten we een voorbeeld geven van de grammatica die je eerder in deze les hebt geleerd:

고양이 집 뒤에 있다 = De kat is achter het huis
(고양이 집 뒤에 있어 / 고양이 집 뒤에 있어요)

In deze zin laat ~는/은 zien dat “de kat” het onderwerp is.

Maar, deze zin kan ook zo worden geschreven:

고양이 집 뒤에 있다 = De kat is achter het huis
(고양이 집 뒤에 있어 / 고양이 집 뒤에 있어요)

De twee zinnen zouden hetzelfde gevoel en dezelfde betekenis kunnen hebben. Ik leg de nadruk op “zouden”, omdat in sommige situaties het gevoel en de betekenis hetzelfde is, maar in andere situaties dat net iets anders kan zijn.

De reden waarom ze hetzelfde kunnen zijn:
고양이 집 뒤에 있다 = De kat is achter het huis
고양이 집 뒤에 있다 = De kat is achter het huis

~이/가 wordt net zoals ~는/은 achter het onderwerp van de zin geplakt. In sommige gevallen is er geen verschil tussen het gevoel of de betekenis als ~이/가 of ~는/은 wordt geplaatst.

De reden waarom er een klein verschil kan zijn:
~는/은 speelt een rol in aanwijzen dat iets wordt vergeleken met iets anders. Het zelfstandig  naamwoord waar “~는/은” aan wordt vastgemaakt wordt ergens mee vergeleken. In dit voorbeeld:

고양이 집 뒤에 있다 = De kat is achter het huis

De spreker zegt dat de kat achter het huis is (in vergelijking met iets anders dat niet achter het huis is). In dit voorbeeld is dat alleen moeilijk te zien, omdat er maar één zin is; wat de luisteraar geen context geeft met wat “de kat” wordt vergeleken. Als ik een context zou verzinnen die hierbij past, zou ik kunnen zeggen: “De hond is in het huis en de kat is achter het huis”.

Maar als je zegt:
고양이 집 뒤에 있다 = De kat is achter het huis
…dan ben je alleen maar een feit aan het vertellen en wordt “de kat” niet met iets vergeleken.

Nog een voorbeeld:
커피가 냉장고에 있다 = De koffie is in de koelkast (Deze zin drukt alleen een feit uit dat de koffie in de koelkast is en er is geen spoor/doel van vergelijking)

커피는 냉장고에 있다 = De koffie is in de koelkast (Deze zin zou alleen een feit uit kunnen drukken. Het is echter ook mogelijk dat de spreker de koffie wilt onderscheiden van de locatie van een ander object. Bijvoorbeeld: De thee staat misschien op de tafel, maar de koffie is in de koelkast.)

———————————-

Misschien vraag je je af waarom “” niet wordt gebruikt om te zeggen dat de koffie in de koelkast is. In gevallen zoals deze, waar de locatie waar het wordt beschreven ergens “binnenin” van iets blijkt te zijn, kan de “” worden weggehaald. Je kan iets vergelijkbaars in Nederlandse en Koreaanse zinnen zien met of je “” wel of niet moet gebruiken:

커피가 냉장고에 있다 = De koffie is in de koelkast

커피가 냉장고 안에 있다 = De koffie is binnenin de koelkast

———————————-

Bij alle voorbeelden die we hebben gebruikt (met ~는/은 of ~이/가) is de vertaling hetzelfde, ongeacht welk partikel je hebt gebruikt. Het enige wat veranderd is een verfijnd gevoel of een nuancering dat iets wordt vergeleken.

Onthoud dat de “vergelijkfunctie” van ~는/은 ook in veel ingewikkeldere zinnen wordt gebruikt en ook in andere grammaticale uitgangspunten – die je allebei nog niet hebt geleerd. In toekomstige lessen zal je niet alleen ingewikkelde zinnen zien in voorbeelden, maar ook nieuwe grammaticale uitgangspunten zullen specifiek worden behandeld.
Vergeet niet dat de voorbeelden die tot nu toe zijn gegeven ontzettend simpel zijn en door Koreaanse mensen eerder wordt gezien als eenmalige zinnen. De zinnen in conversatie zijn veel ingewikkelder dan wat je tot nu toe hebt geleerd.

Onze lessen gaan niet echt in op meerdere zinsdelen tot Les 24. Zinnen maken met meerdere zinsdelen is een heel nieuw hoofdstuk waar je nog niet de kennis voor hebt. Ik raad je aan om die les NIET van tevoren door te lezen. Ik raad je eerder aan om de informatie van deze les te onthouden als je uiteindelijk bij die les komt.

Als je door onze lessen heengaat, zal je allebei ~는/은 en ~이/가 zien als de onderwerp partikelen in onze vele gegeven voorbeeldzinnen. Omdat de meeste van deze zinnen maar 1 zin zijn (zonder achtergrond, context of uitleg van de situatie), is het niet duidelijk te zien of iets met iets anders wordt vergeleken. Het gebruik van deze partikelen is dus willekeurig. Daarnaast, elke Koreaanse voorbeeldzin in alle lessen zijn altijd gecheckt door een echte Koreaan om te zorgen dat er niks ongemakkelijks tussen zit (of incorrect).

Als toevoeging aan de stof van deze les, zijn er andere situaties waar het misschien meer gebruikelijk is om ~는/은 of ~이/가 te gebruiken. Maar ik kan dit onderscheid nu nog niet vertellen met de beperkte grammatica (en woordenschat) die je tot nu toe hebt geleerd, je zal dat waarschijnlijk nog niet begrijpen. Het doel van deze les was om je een algemeen begrip te geven van ~이/가 en je te introduceren aan de vergelijkfunctie van ~는/은.

Momenteel wil ik graag dat je verder gaat met Les 3 om verder te leren met grammaticale uitgangspunten om je Koreaanse begrip te versterken.

In Les 17 en 22, zullen we terugkomen op dit probleem en nog meer manieren leren hoe je de functies van ~이/가 en ~는/은 kan onderscheiden. Nogmaals, ik wil niet dat je hierop vooruit gaat lezen, omdat je die Koreaanse grammatica nog niet begrijpt. Jouw inzicht van het onderscheid van deze partikelen zal zich ontwikkelen als je verder Koreaans leert.

Een groot voordeel is dat, zelfs als je een fout maakt in het gebruik van ~이/가 en~는/은 (omdat je misschien verward was of nog niet bij de toekomstige lessen bent), zal de luisteraar nog steeds begrijpen wat jij bedoelt (99,9% van de tijd). Net zoals als de rollen omgekeerd zijn; jij zal ook begrijpen wat ze zullen zeggen ongeacht of ze ~이/가 of ~는/은 gebruiken. Het verschil tussen deze partikelen zou je de betekenis van een zin niet dramatisch veranderen.

Maar, als je een fout maakt in andere partikelen, zoals 를/을 in plaats van ~는/은 gebruiken, zou dat (hoogstwaarschijnlijk) jouw zin onbegrijpelijk maken.

Dat is het voor deze les. Onthoud deze stof goed voor toekomstige lessen. In Les 17 zullen we hier terug op komen.

Voor nu, ga graag verder met Les 3.
Klik hier voor een werkboek voor deze les. (Engels)

Er zijn 1250 voorbeeldzinnen in Hoofdstuk 1 en allemaal zijn ze gelinkt aan een audio bestand. Je kunt al deze bestanden in 1 document hier downloaden.

Als je nog vragen of opmerkingen hebt, post ze op ons Forum!